Stroomdelers
Een parallelschakeling gedraagt zich als een stroomdeler vermits de stroom die toekomt op het knooppunt van de verschillende in parallel staande stroomtakken zich verdeeld in deze verschillende in parallel staande stroomtakken.
Wat is belangrijk?
Je gebruikt een parallelschakeling als stroomdeler.
Je berekent de onbekende stroom in een bepaalde paralleltak.
Aangezien bij een parallelschakeling dezelfde spanning staat over de weerstanden die in parallel staan, verhouden de stromen door de takken zich in functie van de weerstandswaarden. Meer bepaald zal de totale stroom zich verdelen langs de parallelweerstanden in stromen die omgekeerd evenredig zijn met de weerstandswaarden. Dit betekent dat de takken met de grootste weerstanden de laagste stroom hebben en de takken met de laagste weerstand de grootste stroom. Als alle takken dezelfde weerstand hebben zijn de stromen in de takken aan elkaar gelijk.
Formule voor de stroomdeler
Via de wet van Ohm kan je de stroom bepalen over een willekeurige parallelweerstand. Stel Ubron is de spanning van de spanningsbron, Ix de stroom door een bepaalde parallelweerstand en Rx de weerstandswaarde van die bepaalde parallelweerstand.

Figuur 5-24: Een parallelschakeling met n takken
Voor figuur 5-24 geldt algemeen:
Ix=RxUbron
De bronspanning Ubron is gelijk aan :
Ubron=IT×RT
Met RT de totale vervangingsweerstand van de parallelschakeling. Vullen we de vergelijking van Ubron in de vergelijking van Ix, dan verkrijgen we:
Ix=RxIT×RT
Of :
Ix=RxRT×IT (5-5)
RT=220Ω1+330Ω1+680Ω11=111Ω De stroom Ix door een bepaalde tak is gelijk aan de verhouding van de totale parallelweerstand RT op de weerstand Rx van de beschouwde tak, vermenigvuldigt met de totale stroom IT die toekomt op het knooppunt van de paralleltakken.
Als de parallelschakeling uit twee weerstanden bestaat, kan de stroomdelerformule als volgt bepaald worden :
I1=R1RT.IT = R1R1+R2R1.R2.IT
Verder uitwerken levert volgende formule op:
I1=R1+R2R2.IT (vgl 5-6)
I2=R1+R2R1.IT (vgl 5-7)
IR1=560Ω+330Ω330Ω×10mA=3,71mA
Gebruik van een shunt
Veel systemen gebruiken ampèremeters in controlepanelen om een visuele indicatie van de stroom te kunnen weergeven. Veel ampèremeters zijn zodanig opgebouwd dat ze meer dan één schaal weergeven. Dikwijls is de meter gevoelig en wordt deze vernietigd als er grote stromen doorgaan. Het mechanisme dat de naald laat bewegen is dikwijls verbonden met een beweegbare spoel. Deze verdraaid in een magnetisch veld afhankelijk van de stroomdoorgang door de spoel.
Om toch grotere stromen te kunnen meten en weergeven wordt parallel aan het naaldmechanisme een weerstand geplaatst. Deze is zodanig gedimensioneerd dat bij grotere stromen het veruit de meeste stroom door deze weerstand gaat en zo het naaldmechanisme beschermd. De parallelweerstand vormt een aftakking of “shunt” op dit naaldmechanisme.
Stel dat bij een bepaalde ampèremeter het naaldmechanisme een weerstand heeft van 50Ω . Veronderstel eveneens dat de meter bij stroomdoorgang van 1mA volledig uitslaat en dus zijn maximale waarde weergeeft. Dit betekent dat de naald stromen tot 1 mA stroomdoorgang kan weergeven. Stel dat we deze meter willen aanpassen om stromen tot 10mA te kunnen weergeven. Dit kunnen we doen door een weerstand parallel (shunt) op het naaldmechanisme te plaatsen. Deze weerstand moet zodanig gedimensioneerd worden dat bij volle naalduitslag 9mA door deze shuntweerstand gaat en 1mA door het naaldmechanisme.

Figuur 5-27 : gebruik van shunt-weerstanden in een A-meter
De nodige weerstandswaarden voor de shuntweerstanden kunnen gevonden worden via de stroomdelerformule. Zo is voor een schaal van 10mA de maximale shuntstroom gelijk aan:
Imax(shunt)=IT−Imeter=10mA−1mA=9mA
Om de shuntweerstand voor de schaal van 10mA te vinden moet je eerst de totale weerstand vinden van de parallelschakeling die is opgebouwd met naaldmechanisme en de schuntweerstand voor de schaal 10mA . Deze kan je vinden via de stroomdelerformule:
Ix=RxRT×IT
De gekende waarden invullen:
1mA=50ΩRT×10mA
Omvormen naar RT:
RT=10mA1mA×50Ω=5Ω
Nu RT gekend is kan je deze invullen in de stroomdelerformule en Ix is nu de stroom door de shunt:
9mA=Rshunt(10mA)5Ω×10mA
Rshunt(10mA)=9mA10mA×5Ω=5,56Ω
Voor de schaal van 100mA en 1A kan je analoge redenering volgen. Voor de schaal van 100mA :
RT=100mA1mA×50Ω=0,5Ω
Rshunt(100mA)=99mA100mA×0.5Ω=0,51Ω
Voor de schaal van 1A :
RT=1000mA1mA×50Ω=0,05Ω
Rshunt(1000mA)=999mA1000mA×0.05Ω=0,05005Ω
Test jezelf : Stroomdelers
Een schakeling heeft volgende weerstanden in parallel op een spanningsbron: 220Ω, 100Ω, 68Ω, 56Ω en 22Ω. Door welke weerstand gaat de meeste stroom door? Door welke weerstand de kleinste stroom?
Bepaal de stroom door elke weerstand van figuur 5-28.

Figuur 5-28
Bepaal de stroom door de weerstand R3 in figuur 5-29.

Figuur 5-29
Last updated