Multiple choice test
In een parallelschakeling heeft iedere weerstand :
Dezelfde stroom
Dezelfde spanning
Hetzelfde vermogen
Alles dat hierboven is vermeld
Als een weerstand van in parallel wordt geschakeld met een weerstand van is de totale vervangingsweerstand:
Groter dan 1,2kΩ
Groter dan 100Ω maar kleiner dan 1,2kΩ
Kleiner dan 100Ω maar groter dan 90Ω
Kleiner dan 90Ω
Een parallelschakeling bestaat uit een 330Ω , 270Ω en 68Ω . De totale weerstand van deze parallelschakeling is ongeveer:
270Ω
47Ω
68Ω
22Ω
Er worden 8 weerstanden in parallel geschakeld. De twee kleinste weerstanden zijn beide 1kΩ . De totale weerstand van de parallelschakeling:
Kan niet bepaald worden met deze gegevens
Is groter dan 1kΩ
Is kleiner dan 1kΩ
Is kleiner dan 500Ω
Als een bijkomende weerstand mee in parallel geschakeld wordt zal de totale weerstand van deze parallelschakeling:
Dalen
Stijgen
Blijft hetzelfde
Stijgt met de waarde van de toegevoegde weerstand
Als één van de weerstanden uit een parallelschakeling wordt verwijderd zal de totale weerstand van deze parallelschakeling :
Dalen met de waarde van de verwijderde weerstand
Hetzelfde blijven
Stijgen
Verdubbelen
Aan een bepaald knooppunt komen twee stroompaden toe. De stromen die hierin vloeien zijn 5A en 3A . De totale stroom die van het knooppunt wegvloeit is gelijk aan :
Kan men niet weten met deze gegevens
Groter dan de twee toekomende stromen
Volgende weerstanden worden in parallel geschakeld over een spanningsbron: en . De weerstand waardoor de kleinste stroom vloeit is :
Het is niet mogelijk dit te bepalen met de opgegeven gegevens
Een plotselinge daling van de stroom naar een parallelschakeling toe kan een indicatie zijn dat :
Een weerstand in de parallelschakeling stuk is of open is
Een spanningsdaling van de bronspanning
Zowel (a) als (b)
De parallelschakeling is kortgesloten
Een parallelschakeling bestaat uit 4 takken. Door iedere tak vloeit een stroom van 10mA . Wanneer één van deze takken onderbroken wordt is de totale stroom door deze parallelschakeling gelijk aan:
13,33mA
10mA
0mA
30mA
Een parallelschakeling bestaat uit drie takken. Door R1 stroomt 10mA , door R2 stroomt 15mA en door R3stroomt20mA . De totale stroom wordt opgemeten en bedraagt 35mA . Hieruit kan je concluderen dat:
R1 stuk is
R2 stuk is
R13 stuk is
Het systeem werkt correct
Door een parallelschakeling met drie takken vloeit een totale stroom gelijk aan 100mA . De stroom door de eerste en de derde tak is respectievelijk 40mA en 20mA . De stroom door de tweede tak is gelijk aan:
60mA
20mA
60mA
40mA
Een parallelschakeling op een PCB bestaat uit vijf weerstanden. Er blijkt een volledige kortsluiting zich te ontwikkelen over één van deze weerstanden. Het meest logische resultaat hiervan is dat:
De kleinste weerstand in de parallelschakeling zal doorbranden
Een of meer weerstanden in de parallelschakeling zullen doorbranden
De zekering in de spanningsbron gaat stuk
De weerstandswaarden zullen veranderen
De vermogendissipatie in ieder van de vier paralleltakken van een parallelschakeling is gelijk aan 1mW . De totale vermogendissipatie is gelijk aan:
1 mW
4 mW
0.25 mW
16 mW
Last updated